Bliss

Nieuwe inzichten in voedingsvezels

Nieuwe inzichten in voedingsvezels

Het inzicht in de fysiologische eigenschappen van voedingsvezels is de laatste jaren erg toegenomen. Het begrip “voedingsvezel” is hierbij ook veel breder geworden. Van heel wat verbindingen die in de voeding voorkomen, en die eerder niet als voedingsvezel werden bestempeld, is nu komen vast te staan dat ook zij kunnen geklasseerd worden als voedingsvezel.

Alleen plantaardige voedingsmiddelen, zoals graanproducten, zaden, bonen, erwten, groenten en fruit bevatten van nature voedingsvezels, kortweg vezels genoemd. In dierlijke producten zitten geen vezels. Vezels geven de planten stevigheid en vorm. Vezels kunnen echter ook worden nagemaakt. Dit zijn dan synthetische vezels.

Aanpassing definitie voedingsvezel

De richtlijn voedingswaarde etikettering van levensmiddelen (Richtlijn 90/496/EEG) is daarom recent aangepast. Op 28 oktober 2008 werd de aangepaste richtlijn (2008/100/EG) gepubliceerd, met daarin ook een definitie voor voedingsvezel. Tot nu toe ontbrak die definitie in de EU wetgeving. Deze richtlijn definieert het begrip voedingsvezel als: 'suikerketens, bestaande uit drie of meer enkelvoudige suikers (zoals ribose, glucose of fructose), die in de menselijke dunne darm niet verteerd en niet opgenomen worden.' Deze suikerketens hebben de volgende eigenschappen:

• ze komen van nature voor in levensmiddelenzoals die worden geconsumeerd (denk bijvoorbeeld aan producten als brood, aardappelen, groente of fruit)

Of:

• Ze zijn verkregen uit grondstoffen voor levensmiddelen

Of:

• Ze zijn nagemaakt (synthetisch)

Voor de twee laatste eigenschappen geldt volgens de richtlijn: 'dat ze een gunstig effect op het lichaam hebben, wat door algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens wordt onderbouwd.' Gunstige eigenschappen van voedingsvezel kunnen bijvoorbeeld zijn: een versnelde darmpassage (gaat verstopping tegen), zorgen voor een groter ontlastingvolume, dienen als voedsel voor "goede darmbacteriën" en verlaging van het cholesterolgehalte of de insulinespiegel in het bloed. 

Gastro-intestinale effecten

Voedingsvezels doen het gewicht en de consistentie van de stoelgang toenemen waardoor de transittijd wordt verminderd en de stoelgang wordt bevorderd. Voedingsvezels worden door de bacteriële flora gefermenteerd tot vetzuren met korte keten zoals azijnzuur, boterzuur en propionzuur. Deze stoffen hebben een gunstig effect op de toename van de 'goede' bacteriële flora en hebben eveneens een gunstige invloed op de gezondheid van de darmmucosa. 

Effect op hart- en vaatziekten

Wetenschappelijke studies tonen overtuigend aan dat een hogere inname van voedingsvezels in verband kan worden gebracht met een lager risico op hart- envaatziekten. Welk type voedingsvezels het meest bescherming biedt is nog niet duidelijk. Zo zouden voedingsvezels een invloed kunnen hebben op coronaire hartziekten, het cholesterolgehalte en de bloeddruk.

Effecten op de suikerhuishouding

Hierover bestaat echter nog geen eensgezindheid. De aanwezigheid van voedingsvezels zou een invloed kunnen hebben op de snelheid van absorptie van snelle suikers, wat vervolgens een verlaging zou betekenen van de bloedsuikerspiegel. 

Voedingsvezels en gewichtscontrole

De aanwezigheid van voedingsvezels, die een lagere energetische waarde hebben en het volume van de darminhoud vergroten, dragen bij tot het verzadigingsgevoel, waardoor de verzadiging vlugger wordt bereikt en men dus minder gaat eten. Door de aanwezigheid van voedingsvezels in de voeding, moet de voeding ook langer gekauwd worden, waardoor eveneens vlugger het verzadigingseffect optreedt. Opmerking: vezels leveren wel degelijkenergie, maar veel minder dan eiwitten, vetten en suikers. De energiewaarde van vezels wordt gewaardeerd op 2 kcal/gram.

Voedingsvezels en kanker

Voedingsvezels vergroten het gewicht en het volume van de stoelgang. Hierdoor wordt de transittijd merkelijk verkort en worden toxische en mogelijk carcinogene verbindingen in de stoelgang verdund. De productie van verzuren met korte keten ( vooral boterzuur) vanuit voedingsvezels door fermentatie hebben een gunstige invloed op de gezondheid van de mucosale cellen van de darm. 

Prebiotica

Bepaalde voedingsvezels hebben een prebiotisch effect. Inuline en fructo-oligosachariden stimuleren de groei van lactobacillen en bifidobacteriën, waarvan geweten is dat zij een gunstig effect hebben op de ecologie van de darm en in competitie treden met pathogene bacteriën. Aan de probiotica wordt ook een rol toebedeeld bij de immunoregulatie en de productie van bepaalde vitaminen. 

Minder positieve effecten

Voedingsvezels worden door de bacteriële flora in de dikke darm gefermenteerd. Als de hoeveelheid voedingsvezels te groot is, kan deze fermentatie tot gevolg hebben dat er meer gassen in de darm worden gevormd. Gevolg: flatulentie, oprispingen, opgeblazen gevoel en maagpijn. De aanwezigheid van fytinezuur in de voeding zou invloed kunnen hebben bij de opname van bepaalde mineralen zoals: ijzer, calcium, zink en magnesium.

Hoeveel per dag

De aanbevolen hoeveelheid voedingsvezels verschilt van land tot land. Europa raadt minstens 25 gram vezels per dag aan. Maar de gemiddelde waarde varieert van 25 gram per dag tot 35 gram per dag. De aanbeveling voor België is: 30 gram per dag. Er dient wel rekening gehouden te worden met de leeftijd en dit vooral bij kinderen. 

Tekst: Dr. Hubert Prinsen 

 

Foto's

 
Top
 

Bliss cover mei 2012

Bliss cover mei 2012

Kalender:

 
Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
18   1 2 3 4 5 6
19 7 8 9 10 11 12 13
20 14 15 16 17 18 19 20
21 21 22 23 24 25 26 27
22 28 29 30 31      
Alle evenementen

Deze maand in Bliss

  • Array

    Scheren: van barbaar(d)se marteling tot streelzacht ritueel

    Voor de oerman die begon met zijn haargroei te verwijderen was dit karweitje alles behalve pijnloos en aangenaam. Scherven van vuursteen, schelpen of splinters van ...

    Lees meer
  • Array

    Bruce Lipton: revolutionair celbioloog

    Dr. Bruce Lipton, celbioloog, wordt beschouwd als dé vertegenwoordiger van de 'nieuwe biologie'. Zijn grote doorbraak kwam met zijn studies over de celmembraan, waaruit bleek ...

    Lees meer
  • Array

    Goede vibes in een oude villa

    Plots stopt er een wagen. Een dame stapt uit en loopt mij tegemoet. Ze zegt: “Dank u wel mevrouw voor al de goede zorgen. Ik ...

    Lees meer
  • Array

    Biodynamische craniosacraal therapie

    Craniosacraal lichaamswerk ontstond zo’n 110 jaar geleden vanuit de osteopathie, met dank aan de Amerikaan William Sutherland. Aanvankelijk kwam hij tot de vaststelling dat de ...

    Lees meer
  • Array

    De schorseneer

    Schorseneer, Scorzonera hispanica, is een plant uit Midden- en Zuid-Europa en de Kaukasus. Zij bloeit met citroen- gele bloemhoofdjes.

    Lees meer
  • Array

    Vlees en het effect op de gezondheid

    Gevarieerde voeding is belangrijk. Dat weten we nu wel. Fruit, groenten, peulvruchten, zaden, noten, het liefst allemaal biologisch, voldoende water etc. vormen de basis voor ...

    Lees meer